Op posters, albumhoezen, lampen, speelgoed, zelfs op het pakje condooms staan in Drachten de Twin Towers nog fier overeind

Wieberen Elverdink, LC (Leeuwarder Courant), September 9, 2026

Drachten: Kunnen we nog aan de Twin Towers denken zonder ook de zwarte rookpluimen te zien? In honderden alledaagse voorwerpen zocht verzamelaar en kunstenaar Thomas Kuijpers naar een wereld die door 9/11 lijkt uitgewist. Zijn werk is nu te zien in Museum Dr8888.

 

Nietsvermoedend slenterde verzamelaar en kunstenaar Thomas Kuijpers op een dag in 2013 door een kringloopwinkel in Eindhoven, toen zijn blik op een schilderij viel. Het was alsof hij door de bliksem werd getroffen.

Een werkje in olieverf was het, met daarop de skyline van New York onder een onstuimig wolkendek. Gesigneerd door ene Giacomo en voorzien van een etiket dat vermeldde dat het van vóór 2001 stamde. Van vóór de aanslagen. Centraal in beeld prijkten nog glorieus de Twin Towers.

Eerlijk? Kuijpers vond het een ronduit lelijk doek. Je reinste kitsch, met die blauwe en lila tinten. Dat protserige beeld van die wolkenkrabbers aan de horizon. Een schilderij dat hij van zijn levensdagen niet boven de bank zou ophangen.

Toch nagelde het hem, tot zijn eigen verbijstering, aan de grond.  

 

 

Grote boze wereld

Om dat te begrijpen moeten we terug in de tijd, naar die dramatische dag van 11 september 2001, nu precies een kwarteeuw geleden. Kuijpers, toen zestien jaar oud en „een beetje een computernerd”, zat op zijn kamer in het Brabantse dorp Aarle-Rixtel achter de pc, toen hij op het televisieschermpje ernaast zag hoe rookpluimen uit het World Trade Center in New York kringelden.

De jonge Thomas haalde zijn moeder erbij. „Ze zei: joh, dat is een film. Maar dat kon niet: hetzelfde beeld was op alle zenders.”

Kuijpers bleef kijken. Bulletin na bulletin. De vliegtuigen op ramkoers. De inzakkende kantoorkolossen, traag en hard tegelijk. De paniek. De overlevenden, die grijs van het gruis uit de stofwolken tevoorschijn strompelden, hem, gezeten op een computerstoel in Aarle-Rixtel, tegemoet. Het was alsof hij er rechtstreeks bij was. Ineens voelde hij zich onderdeel van iets groters, een grote boze wereld die zich tot ver buiten Brabant uitstrekte.

 

Kracht van herhaling

In de weken die volgden, bleven dat de beelden die de journaals en de kranten domineerden: twee torens, schijnbaar onaantastbare bakens van de vooruitgang, die brandend instortten, elke dag opnieuw. Ze werden symbool voor een ontwrichte wereld.

 

 

Juist die aanhoudende stroom van dezelfde beelden fascineerde Kuijpers: „Ik werd me heel bewust van de kracht van die constante herhaling door de media. Van wat dat deed met de betrokkenheid die je bij zo’n gebeurtenis voelde.”

Het definieerde in ieder geval het beeld dat hij zelf van de Twin Towers ontwikkelde. Torens die hij pas bij naam leerde kennen op het moment dat ze voor zijn ogen bezweken. Wolkenkrabbers waaruit dramatische rookpluimen opstegen – zó kende hij ze.

 

Weerstand

Juist daarom maakte dat wanstaltige schilderij in de kringloopwinkel zo’n verpletterende indruk op hem. Hij zag torens die voor de verandering nu eens níet instortten. Hij staarde naar een in pastelkleuren opgetrokken stad in olieverf, nog onwetend van welk noodlot dan ook. Die mysterieuze Giacomo had een oude, schijnbaar onschuldige, gelukkige wereld voorgeschoteld.

Kuijpers: „Dat prul opende bij mij een deur naar een andere tijd. Naar een ander perspectief. Alsof het de vliegtuigen even in de pauzestand had gezet. Ik verbaasde me erover dat één lelijk schilderij weerstand kon bieden aan al de beelden die ik altijd in de media had gezien.”

 

 

Hij besloot het werk te kopen. Maar dat niet alleen. Kuijpers nam zich voor een verzameling aan te leggen van spulletjes van vóór 2001 waarop de Twin Towers nog in al hun luister stonden afgebeeld.

 

Om het perspectief bij te stellen. Om tegenover elk fragment van een inzakkende toren een beeld te zetten van datzelfde gebouw in vol ornaat, en de weegschaal van de geschiedenis zo stukje bij beetje terug in balans te brengen. „Ik bedoel: zowat dertig jaar waren die torens hét beeld van New York. En ineens kon dat niet meer.”

 

Badpak

Het is indrukwekkend wat de kunstenaar sindsdien bijeengaarde. Schilderijen, albumhoezen, T-shirts, folders. Maar ook: sneeuwbollen, een reiskoffer, een tamboerijn, een yellow taxi cab van Playmobil, een fles cola, lampen, een pakje condooms.

 

Een collectie van honderden objecten is het inmiddels, gebruiksvoorwerpen, kunstuitingen en souvenirs waar vóór 2001 niemand echt van zou hebben opgekeken, maar die door de gebeurtenissen van 9/11 historisch beladen zijn geworden. Omdat ze iets laten zien dat door de aanslagen zo dramatisch werd overschreven.

 

De nu in Amsterdam woonachtige Kuijpers vindt dat boeiend: dat heel gewone, alledaagse spullen door de loop van de geschiedenis een andere betekenis kunnen krijgen. Neem het zilvergrijze badpak met New Yorks skyline-silhouet dat hij van een dame kreeg. Vroeger had ze er onbekommerd baantjes in kunnen trekken. „Maar nu voelde het voor haar een beetje luguber om het nog te dragen.”

 

 

Nostalgie

Een groot deel van de nog altijd groeiende verzameling van Kuijpers is nu als kunstinstallatie te zien in Museum Dr8888 in Drachten, onder de naam When the Twins were still beautiful. De contacten tussen hem en museumdirecteur Wybren Jorritsma stammen van vorig jaar, toen er werk van Kuijpers te zien was bij de Noorderlicht Biënnale.

 

In de kapel van het museum weten bezoekers zich nu werkelijk omringd door beeltenissen van fiere, roemrijke WTC-torens, klein en groot. Samen vormen ze een nostalgisch diorama dat zicht biedt op een wereld die een kwarteeuw geleden onder verwrongen staal en oorlogsretoriek bedolven raakte.

 

Met opzet houdt Kuijpers elke associatie met 9/11 buiten de deur. Er zijn geen rookpluimen, geen brokstukken, er klinkt geen donderend geraas maar een vrolijk jaren 90-pingelmuziekje. Hier beleven we het New York van de tijd waarin 11 september nog een datum was als alle andere.

 

Don Quichot

Tegelijkertijd ziet de kunstenaar-verzamelaar ook het onmogelijke van die missie in – „Misschien ben ik daarin een beetje een Don Quichot.” Want, weet hij: „Elke bezoeker neemt zijn herinneringen aan de aanslagen toch een beetje mee naar binnen.”

 

 

Kunnen we de alvast gedrukte fotokalender voor het jaar 2002 met daarop pontificaal een afbeelding van de Twin Towers nog zonder wrange bijsmaak bekijken nu we weten dat die gebouwen datzelfde 2002 niet zouden halen?

 

Lukt het ons, met de kennis van nu, nog onbevangen te kijken naar het bewegende retro-lichtornament, bedoeld voor op een jongenskamer, waarop vliegtuigen door het nog onbezoedelde zwerk boven The Big Apple scheren?

 

Slagen we er nog in, zo luidt kortom de vraag die boven Kuijpers’ imposante tijdscapsule hangt, om naar die machtige torens te kijken zonder te denken aan hun afschrikwekkende lot?