Kunstenaar Ruth van Beek zoekt graag naar wat er mogelijk is binnen het bestaande kader. Ze maakt collages en woont in een monument van een huis. “Het is niet onze eigendom en dat is niet erg. We voelen ons de bewakers of bewaarders van dit stukje erfgoed.”
Aan de rand van Koog aan de Zaan, ingeklemd tussen imposante fabriekspanden, staat een groengelakt houten huis uit de 18de eeuw. Als een stille getuige heeft het de omgeving zien transformeren van een landschap vol windmolens naar een industriële zone waar de geur van cacao en andere levensmiddelen in de lucht hangt.
Het huis is een verstilde tijdcapsule. Hier woont en werkt kunstenaar Ruth van Beek. “Het huis stond hier al vóór al die fabrieken, begin 1700”, vertelt ze terwijl ze thee zet. “Ooit was het het woon- en werkhuis van een Zaanse klokkenmaker, later maakte het deel uit van de Honigfabriek voor droge voedingsmiddelen.
Het voelt alsof alles om het huis heen is gegroeid – het kantoorgebouw, de directeursvilla. Enkele vergelijkbare huizen verhuisden in de jaren 70 naar het Openluchtmuseum in Arnhem, waar ze helaas verloren gingen in een brand. Ons huis bleef staan en was eerst een technisch diensthuis of conciërgewoning van het Honigkantoor. Toen wij hier kwamen wonen, zat hier de gasinstallatie voor het hele pand achter ons. Een vreemde situatie. (lacht)”

Wat heeft jullie overtuigd om hier te komen wonen?
“Mijn man is meubelmaker en had een job in de oude kantoren van Honig. Zo hoorden we dat dit huisje leeg stond en dat de eigenaar er misschien een kunstenaar in wilde. We woonden toen in een kleine bovenwoning met onze pasgeboren zoon, dus dat voelde als een droom: een vrijstaand huis met een tuin, op 45 minuten fietsen van Amsterdam. Alleen was de huurprijs die de eigenaar vroeg te hoog voor ons. Daarom stelden we voor om klusjes te doen in ruil, en zo werden we een soort conciërge van het kantoorgebouw.”
Hoe zag het huis er toen uit?
“We wonen hier inmiddels 21 jaar. Toen we verhuisden, was er geen keuken of badkamer. Het huis was in slechte staat. De deal met de eigenaar hield in dat we het zelf zouden opknappen. We hebben alles geschilderd, een badkamer gebouwd en een geïmproviseerde keuken gemaakt. Het eerste jaar moesten we het doen met een tobbe, want er was geen douche. De schuur hiernaast hebben we omgebouwd tot mijn atelier.”
Hoe kijk je terug op die beginperiode?
“We waren jong, hadden een kind en helemaal geen geld, maar het was fantastisch. Ik heb er nooit spijt van gehad. Vanaf het begin voelden we ons hier thuis. Ik had nooit gedacht dat we hier met z’n vieren zouden wonen, maar het past precies. Het huis voelt als een schip: alles heeft een plekje. Het voelt ook bijzonder dat wij als het ware op het huis mogen passen. Het is niet onze eigendom en dat is niet erg. We voelen ons de bewakers of bewaarders van dit stukje erfgoed.”
Het huis heeft later nog een grote restauratie ondergaan. Hoe verliep dat?
“Zeven jaar geleden kocht Stadsherstel het huis over en werd het grondig gerenoveerd. Het was leuk om het zelf naar onze hand te zetten – mijn man is meubelmaker – maar het huis vereiste ingrijpende werkzaamheden die we zelf niet konden doen. Het was een enorm karwei, omdat het een rijksmonument is en er niets mocht veranderen. We woonden een jaar elders, terwijl het huis tot op het skelet werd gestript. De fundering werd uitgegraven en de vloeren werden tijdelijk als een puzzel opgeslagen. Het was bijzonder om mee te kijken naar oude plannen en archieffoto’s. Zo konden we een verdwenen achterdeur naar de tuin terugplaatsen en een tussendeur maken naar het atelier. Verder kwamen tijdens het kleurenonderzoek oude lagen tevoorschijn. De woonkamer was oorspronkelijk eikenhout, maar in de 19de eeuw waren gekleurde stijlkamers populair in de Zaanstreek. Wij hebben die blauwe kleur behouden.”

Heb je een band met de omgeving?
“Zeker. We wonen pal aan de doorgaande straat van Koog aan de Zaan, waar altijd iets gebeurt. Als we in de tuin zitten, lopen er vaak mensen voorbij die herinneringen ophalen aan het huis. Ik kom zelf ook uit deze streek en mijn opa werkte vroeger als arbeider bij de Honigfabriek. Er kwam een keer een oude man langs die vertelde dat hij de administratie had gedaan voor de Honingfabriek en hij kende het oude woonadres van mijn opa uit zijn hoofd. Mijn mond viel open. Het was het adres waar ik zelf ook heb gewoond, want ik ben opgegroeid in het huis van mijn grootouders in Westzaan, een dorp verderop. Dat was een woning voor arbeiders van de Honigfabriek, wat de cirkel rond maakt.”

ONTMOETING OP DE TAFEL
In het atelier, dat aan het huis grenst, heerst een serene sfeer: Ruth heeft niet meer nodig dan een bureau, een comfortabele zetel in de boekenhoek, en een trapje dat naar boven leidt, waar een werktafel, logeerbed en stapels materialen samen een rustige chaos vormen.
Hier archiveert, vouwt, knipt en plakt ze afbeeldingen van borden, taarten, handen en instructiefoto’s uit oude huishoudboekjes tot levendige collages, vaak aangevuld met geschilderde kleurvlakken. “Ik had ooit elders een atelier, maar ik werk het liefst thuis en alleen”, vertelt ze. “Het voordeel is dat het atelier hier altijd is. En ik kan altijd even pauzeren om de afwas te doen.”

Mogen je gezinsleden hier ook komen?
“Het atelier is vooral mijn plek. Boven is er een gastenbed, maar ook ik slaap daar soms als ik rust nodig heb. Ons kerstdiner met vrienden vindt hier wel plaats: dan is het atelier gevuld met een lange tafel.”
Hoe verweef je de huishoudelijke routines met het creatieve proces?
“Die lopen organisch in elkaar over, en dat zie je ook in de thematiek van mijn werk. Ik gebruik oude boeken over het huishouden, over hoe vrouwen vroeger moesten leven. Daarin speelt herhaling een belangrijke rol. In het huishouden voer je steeds dezelfde handelingen uit: de tafel dekken, opruimen, de was doen. Diezelfde routine zit er in mijn werkpoces,
bijvoorbeeld in het sorteren en archiveren van afbeeldingen. Ik knip foto’s uit boeken, orden ze en leg ze in stapeltjes per onderwerp. Terwijl ik die repetitieve handelingen uitvoer, ontstaat er ruimte voor ideeën die je niet van tevoren kunt bedenken. Mijn collages ontstaan doordat materialen elkaar op tafel ontmoeten.”

Beïnvloedt de schaal van het huis ook je werk?
“Zeker. Het atelier is compact, dus ik werk vaak in kleinere stappen of met opvouwbare vormen. Tijdens een residentie afgelopen zomer maakte ik papieren ‘tafelkleden’: grote vellen die ik beschilder en waarin ik archiefbeelden verwerk. Ze zijn op te vouwen als een echt tafelkleed, en de plooien maken deel uit van het werk. Ik heb ook een reeks gemaakt van honderd zeefdrukken die je compact in een doos kunt bewaren, maar tegelijk als een monumentaal werk aan de muur kunt hangen.”
“Ik vind het fijn om binnen beperkingen oplossingen te vinden. In mijn collages vertrek ik vanuit bestaande beelden en breng ze samen tot nieuwe betekenissen. Dat voelt een beetje zoals wonen in dit geklasseerde huis.”

Foto’s Mieke Verbijlen
