Door sputterende wifi heen vertellen fotografen Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin over hun indrukwekkende oeuvre, hun liefdevolle fotoshoots en de technologische verworvenheden waarmee ze hun naam vestigden. ‘Ik vind het vooral belangrijk dat mensen weten hoé we onze foto’s manipuleren.’
Het is 2026 en Inez van Lamsweerde (62) en Vinoodh Matadin (65) staan hartstikke stil. Hun beeltenissen zijn bevroren op het scherm: die van Matadin glimlachend en met half gesloten ogen, leunend tegen de bank waarop ze zitten, die van Van Lamsweerde op het puntje van de zitting, haar mond ergens halverwege een zin, haar expressieve handen tot zwijgen gebracht door de haperende wifi in hun appartement in Barcelona. Hun stemmen praten door, zij het vertraagd, en met af en toe een ingeblikte, robotachtige toon ertussen.
Technische malaise tijdens een interview. Is dat interessant?, kun je denken – maar dat ís het in dit geval. Want aan de andere kant van de verbinding zit een wereldberoemd fotografenduo dat al met de toekomst bezig was toen het gros van de wereld nog aannam dat je met een camera vooral het verleden vastlegde. Twee kunstenaars die al heel snel de grenzeloze mogelijkheden ontdekten van de Quantel Paintbox (een voorloper van Photoshop, waarover straks meer) en die zich met de komst van internet en de introductie van perfecte, digitale lichamen aan het begin van de jaren negentig – opnieuw: eerder dan de rest – afvroegen waar het nu toch heen moest met het intermenselijke contact en ontmoetingen van vlees en bloed.
En zie, zo’n vijfendertig jaar later zítten we in die toekomst.
We ontmoeten elkaar op afstand, gewoon omdat zoiets tegenwoordig kan én omdat Van Lamsweerde en Matadin, beter bekend onder de naam Inez & Vinoodh, een razend strak schema hebben. Ze vlogen de dag hiervoor vanuit hun woonplaats New York naar Barcelona voor een driedaagse campagneshoot voor modehuis Valentino, daarna gaan ze door naar de Fashion Week in Parijs en dáárna komen ze naar Nederland om de zalen van hun grote retrospectief in Kunstmuseum Den Haag in te richten.
‘Zo’n prachtige plek’, zegt Van Lamsweerde, ‘en zo intiem.’
‘Het is alsof je door een schilderij van Mondriaan loopt’, zegt Matadin. ‘De indeling met grote en kleinere ruimtes – soms passen er maar zes foto’s in een zaal – dwong ons om op een andere manier over ons werk na te denken, zozeer zelfs dat we dit nu als onze nieuwe basis beschouwen.’
‘Door de werken op een andere manier te groeperen, beseften we weer dat bepaalde ideeën altijd aanwezig zijn’, verduidelijkt Van Lamsweerde. ‘Meestal kiezen we intuïtief, maar door de strakke begrenzing die het museum ons oplegde, werd het ineens zo helder dat er dingen zijn die ons vanaf het prille begin hebben beziggehouden. Daar kunnen we nu mee verder.’

Lady Gaga en Inez, V magazine, 2015. © Inez & Vinoodh
Om en nabij honderdvijftig werken komen er te hangen (plus tweehonderd polaroids), niet-chronologisch verdeeld over zestien hoofdstukken, met titels als ‘(Un)real’, ‘Post Pin-Up’ en ‘Core Family’. Ze zijn gewijd aan de thema’s die als rode draden door het breed uitwaaierende oeuvre lopen: het verbeelden van de realiteit bijvoorbeeld, of van mannelijkheid en vrouwelijkheid, van surrealisme, van liefde. Het zelfportret duikt regelmatig op, evenals de vraag hoeveel universele waarde dat heeft én de vraag of het portret van een ander niet eigenlijk ook een portret van jezelf is, in dit geval van twee personen tegelijk. (Het antwoord op die laatste vraag is volgens Van Lamsweerde en Matadin een volmondig ‘ja’.)
Of het nu gaat om de autonome series die ze maakten aan het begin van de jaren negentig, de videoclips voor artiesten als Rihanna, Björk en Lady Gaga of de portretten voor New York Times Magazine (Sandra Bullock, George Clooney) en GQ (Barack Obama toen hij president was), de campagnes die ze deden voor Yves Saint Laurent, Chanel of Calvin Klein – dit zijn de thema’s, samengebracht in een perfect huwelijk tussen beeldende kunst en (mode)fotografie, al veertig jaar lang.

Björk, Interview Magazine with M/M (Paris), 2009. © Inez & Vinoodh
Dwars door de sputterende wifi heen voeren we een gesprek dat gaat over dat indrukwekkende oeuvre en de technologische verworvenheden waarmee het duo zijn naam vestigde. En onderwijl zijn Inez & Vinoodh dus zelf een foto geworden op het computerscherm: een surrealistische en enigszins enge foto. Hun bevroren gezichten doen denken aan die van de gestileerde modellen uit Thank You Thighmaster (1993) en The Forest (1995), met de computer bewerkte fotoseries van niet-bestaande en toch realistisch aandoende lichamen, waarmee ze internationaal doorbraken en die nu, drie decennia later, nog altijd griezelig en unheimisch ogen.
‘Het leek ons destijds al een gevaarlijke ontwikkeling’, klinkt de stem van Van Lamsweerde vanuit Barcelona. Van hen tweeën voert vooral zij het woord; Matadin blijft wat meer op de achtergrond en maakt af en toe met zachte stem een aansluitende opmerking of kwinkslag. Maar altijd zijn ze het overweldigend met elkaar eens. ‘Aan de ene kant had je de grote nadruk op die perfecte lijven en aan de andere kant zat iedereen ineens 24 uur per dag online. Thank You Thighmaster (de titel refereert aan een fitnessapparaat uit het begin van de jaren negentig waarmee je je dijen kon trainen en tegelijkertijd naar de televisie blijven kijken, red.) ging over het uiterste gevolg van die ontwikkeling.’
‘I mean’, vervolgt ze, ‘dan héb je eindelijk dat ideale lichaam en dan raakt niemand het aan, omdat alles virtueel is geworden. Dus wij fotografeerden een vrouwelijk naakt en etalagepoppen uit de jaren zeventig en plakten op de computer de echte huid van de modellen over de poppengezichten heen. Daarna sloten we de lichamen hermetisch af: alle openingen maakten we dicht, we verwijderden de tepels. Er leek niemand meer aanwezig. Het enige waaraan je kon zien dat de vrouwen nog leefden, waren hun rode zweethanden. Maar hun uitdrukkingen waren bevroren.’

Thank You Thighmaster: Joan, 1993. © Inez & Vinoodh
Even later, lachend: ‘Are we moving yet?’
Het is grappig, omdat het contrast met de dagelijkse praktijk van het duo niet groter kon zijn. Van Lamsweerde en Matadin, die elkaar in 1986 op de modeacademie in Amsterdam leerden kennen en vrijwel meteen een koppel werden, professioneel en privé, zweren bij innig contact en real life-ontmoetingen. Ze worden doorgaans niet alleen geroemd vanwege hun werk, maar ook vanwege de warmte en de persoonlijke aandacht op hun set. Sla er een willekeurig artikel op na – en dat zijn er na veertig jaar meer dan je in een week tot je kunt nemen – en je leest hoe liefdevol het eraan toegaat tijdens het werk. Hoe een fotosessie een soort harmonieuze familiebijeenkomst is, of eigenlijk een soort performance. En hoe soepel het loyale team van lichtspecialisten, visagisten en stilisten zich om de fotografen heen beweegt, zodat alle concentratie naar het model kan – en naar de totstandkoming van een foto, die door dit alles eigenlijk een liefdesverklaring is.
Een liefdesverklaring die, vanuit de kant van het kunstenaarsechtpaar in elk geval, ook streng en duidelijk kan zijn. Van Lamsweerde en Matadin luisteren naar hun modellen, maar blijven trouw aan hun eigen visie. ‘Vraagt iemand ook weleens waaróm?, schijnt acteur Bill Murray zich ooit op de set te hebben afgevraagd. Nee, antwoordde Van Lamsweerde toen, voordat ze zijn baard volhing met madeliefjes.

‘Soms’, zegt Van Lamsweerde, ‘hebben we in opdracht een grote opname gehad die misschien niet helemaal makkelijk verliep, ik bedoel: we hebben dan misschien net niet kunnen doen wat we wilden. Af en toe is het ook gewoon werk, hè. Maar dan komt er ’s avonds nog iemand langs in de studio voor een portret en is die uitwisseling weer zó magisch. Dan kijken we elkaar aan. Hiervoor doen we het, denken we dan.’

Anohni, 2016. © Inez & Vinoodh
Can Love Be A Photograph luidt de titel van hun grote retrospectief in het Kunstmuseum. Een vraag zonder vraagteken inderdaad, en dus meer een stelling, een visie, een overtuiging, die aan de basis van hun oeuvre ligt. Ja, zeggen de twee, ja, ja, ja: liefde kan absoluut een foto zijn. Daarom neemt hun beroemde driedelige kusserie Me Kissing in Den Haag een belangrijke plek in. Wederom; dat deed-ie namelijk ook in 2010 in Foam in Amsterdam, op de laatste grote overzichtstentoonstelling van hun werk in Nederland. Drie zelfportretten waarop Van Lamsweerde en Matadin innig zoenen: de eerste (1999) liefdevol; de tweede (1999) wat grimmiger, omdat Matadin werd weggesneden uit de foto en vervangen door de muur van rode bakstenen op de achtergrond, waardoor Van Lamsweerdes gezicht vervormd lijkt, haar neus een scherpe punt, haar mond gulzig happend in het niets; en de derde (2010) met Van Lamsweerdes lichaam volledig rood geverfd, alsof haar huid rauw en gevoelig is.

Me Kissing Vinoodh (Passionately), 1999. © Inez & Vinoodh
‘Dit werk is een embleem’, zegt het paar. ‘Voor ons belichaamt die kus echt het idee van twee mensen die volledig in elkaar opgaan, een grenzeloze, wazige vermenging van elkaar, zoals wij die voelen. Tegelijkertijd gaat de serie over verlies en verlangen en totale kwetsbaarheid ten opzichte van elkaar. Dat zit er allemaal in en daarom zijn deze foto’s ook in deze tentoonstelling weer zo belangrijk.’

‘Hij fungeert hier als een soort portaal’, zegt Van Lamsweerde, ‘en als beschermer van ons erfgoed, van onze eenheid als familie.’
‘En tegelijkertijd verwijst hij naar de toekomst’, vult Matadin aan. ‘Wij zijn de ene poort, hij is de volgende. Dit beeld zat al heel lang in ons hoofd en nu hebben we het eindelijk gemaakt. En het leuke is: er kwam nauwelijks bewerking aan te pas. Dit is de foto die direct uit de camera kwam rollen. Het enige wat we achteraf met de computer hebben toegevoegd, is een lieveheersbeestje op een van de bloemen. That’s it!’

Can Love Be A Photograph, 2025. © Inez & Vinoodh
Voor iemand die al veertig jaar volop gebruik maakt van de nieuwste technieken om foto’s te kunnen vervormen totdat ze precies lijken op het beeld dat hij (én zij – want: ‘we zijn één persoon met twee breinen’) in zijn hoofd heeft zitten, klinkt die laatste toevoeging behoorlijk stellig en triomfantelijk.
‘Ja’, zegt Matadin desgevraagd. ‘Veel van onze foto’s manipuleren we, en sommige ook niet, maar ik vind het vooral belangrijk dat mensen weten hoe we ze manipuleren. Soms doen we dat op de computer, soms ook niet; dan voegen we op de set al elementen toe die het beeld vervormen. Daarom vind ik het fijn dat we in deze tentoonstelling ook onze polaroids tonen. De meeste daarvan zijn gemaakt als testopnames, maar ze tonen ook hoeveel er voorafgaand aan het fotograferen al is gedaan met bijvoorbeeld belichting. Er wordt vaak gedacht dat alles wat wij doen digitaal is aangepast, maar vaak is de helft gewoon puur en onbewerkt.’
Uiteindelijk, zeggen Van Lamsweerde en Matadin, gaat het om het resultaat, om dat wat het werk vertelt en uitstraalt. Als het goed is, is het een vertaling van al het harde werk op de set en van de liefde en toewijding die erin gestopt zijn. Want waar een foto liefde kan zijn, daar is de camera... ‘a tool!’, roepen ze in koor: louter een stuk gereedschap dat kan worden gebruikt om die liefde in beeld te vangen. Net als Photoshop, en net als – misschien, op termijn, ze gebruiken het nu niet – AI. (Potentieel) belangrijk voor het vertolken van hun door de kunstgeschiedenis en vooral door het surrealisme beïnvloede visie, maar: handigheidjes, hulpmiddelen – meer niet.
‘Met AI kun je een hoop mogelijk maken wat voorheen onmogelijk was, maar we hebben nog niets gezien waardoor we er dolgraag mee willen werken. Mensen gebruiken het tot nu toe voor de dingen die we al dertig jaar lang, of zelfs langer, kennen.’
‘Om eerlijk te zijn’, zegt Van Lamsweerde, ‘soms zijn er momenten tijdens een fotoshoot waarop alles perfect is. Het model zit klaar, in de juiste houding, haar, make-up, kleding – alles klopt. En dan zeggen we tegen elkaar: ‘Is het eigenlijk nog wel nodig om een foto te maken; waarom kan dít het niet gewoon zijn, dit moment, zoals het nu is?’ Natuurlijk maken we altijd die foto. Maar stel dat de camera het op zo’n moment een keer niet zou doen, dan zouden we nog steeds tevreden zijn.’

Vivienne Westwood, Kym, 1994. © Inez & Vinoodh
‘Ik wéét ook eigenlijk helemaal niet zoveel van techniek’, zegt ze even later. ‘Geef me gewoon een camera die werkt, met een knop waar ik op kan drukken. Klaar.’
Dat zegt ze, de vrouw die in 1990 de Quantel Paintbox, en daarmee de werkelijkheid, aan haar wil onderwierp. ‘Nou ja’, zegt ze. ‘Ik herkende de mogelijkheden die de computer ons bood. De briljante technicus van het lab waar we ermee mochten experimenteren hielp ons erbij.’ Wat zagen zij en Matadin dan precies in de machine die tot dan toe vooral werd gebruikt om grafische plaatjes te maken voor de reclame- en televisiewereld (en voor de platenhoes van The Miracle van Queen)?
‘We zagen meteen dat wij deze techniek konden gebruiken om met de tijd en de werkelijkheid te sollen’, zegt Van Lamsweerde. ‘Toen wij op de academie zaten was het idee van ‘het beslissende moment’ in de fotografie nog heel erg aanwezig: het idee (afkomstig van de Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson, red.) dat de fotograaf op het ultieme moment de knop van de camera indrukte en dat dát dan dé foto van dat moment was. Wij dachten juist: oké, we hebben nu een foto genomen – wat als we nu met behulp van de computer dat beslissende moment uit elkaar trekken en op z’n kop zetten? Dat was destijds zo’n adembenemende gedachte.’
Het begon klein. Van een druilerige shoot voor de gemeente Groningen konden ze dankzij de Quantel Paintbox zonovergoten foto’s maken. En met de serie For Your Pleasure (1994) voor tijdschrift The Face gingen ze los. Mannequinachtige modellen met überlange benen en dito haren poseerden voor waanzinnige, hyperrealistische achtergronden (een space shuttle die opsteeg, een azuurblauwe zee, apart gefotografeerd of afkomstig uit stockbeeldbanken) die net zo scherp en gepolijst waren als zijzelf.
‘Het was fantastisch’, zegt Van Lamsweerde. ‘We konden eindeloos spelen met die verschillende elementen, zodat je je kon blijven afvragen: ‘Is het echt of niet echt?’ En dat is uiteindelijk een constante gebleven in ons werk: de gedachte dat een foto níét de perfecte waarheid weergeeft, maar altijd het resultaat is van een persoonlijke beslissing van degene die hem maakte. Iedereen maakte de hele dag van dat soort beslissingen. Alleen eh, wij zijn er nogal ver in gegaan.’

For Your Pleasure, The Face, 1994. © Inez & Vinoodh
Van Lamsweerde en Matadin bewegen weer. Ze zitten nog steeds naast elkaar op de bank en maken elkaars zinnen af. Morgenochtend vroeg zullen ze samen met Jodokus Driessen, de man die al vanaf 1991 het licht op de set verzorgt en vanuit Baarn overal heen reist waar hij nodig is, de locaties van de Valentino-shoot bekijken en gereedmaken, zodat ze exact weten wat ze overmorgen kunnen verwachten. De liefde zit ’m ook in de manier waarop alles tot in de puntjes wordt voorbereid, zodat op de set straks alle ruimte is voor spontaniteit. Na het fotograferen volgt een dag editen en croppen, daarna pakken ze de boel weer in.
Bij nader inzien stonden Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin helemaal niet stil. Ze zijn de techniek gewoon steeds te snel af.
de Volkskrant / Merel Bem
