Het wereldberoemde Amsterdamse duo Inez & Vinoodh woont in New York, maar exposeert nu in Nederland: ‘In vijf minuten hebben we de juiste foto’

Clint Eastwood - New York Times Magazine, 2005. Bron beeld Inez & Vinoodh
Het Amsterdamse duo Inez & Vinoodh is wereldberoemd geworden met hun digitaal bewerkte kunst, vernieuwende modefotografie en iconische portretten van onder meer Obama, Björk en Bill Murray. Een overzicht van hun werk is vanaf 21 maart te zien in Kunstmuseum Den Haag. ‘Toen wij met de computer begonnen te werken, werden beeldbewerkingsprogramma’s eigenlijk alleen gebruikt om het chroom van wieldoppen nog meer te laten glimmen.’
Zeker tien keer hadden ze de rookmachines getest. Een druk op de knop en een kleine wolk zou neerdalen zodat Clint Eastwood als het ware een boodschap vanuit de hemel zou ontvangen. Maar uitgerekend tijdens de daadwerkelijke shoot voor The New York Times blokkeerde het apparaat. Om vervolgens te exploderen en de studio in een witte storm te hullen. Eastwood, over wie regisseur Sergio Leone ooit zei dat hij twee gezichtsuitdrukkingen heeft (met hoed en zonder hoed), vertrok echter geen spier terwijl de camera’s klikten. In het eindresultaat lijken zijn gebeeldhouwde kop en borende blik versmolten met een donderwolk, alsof hij zelf de natuurkracht is.
“Wij houden van dat soort ongelukjes,”zegt Vinoodh Matadin (64), en lacht. Inez van Lamsweerde (62) vult aan: “Wij zijn altijd extreem goed voorbereid zodat we erop los kunnen improviseren als het nodig is.”
Inez & Vinoodh, zoals het kunstenaarsduo door het leven gaat, vertellen de anekdote tijdens een lange Zoomsessie. Zij zit rechts, heeft een bril met grote, getinte glazen op haar neus en is duidelijk gewend aan de rol van woordvoerder. Hij ontspannen op links, een twinkeling in zijn ogen, met steeds weer een passende terzijde of aanvullende bijzonderheid. Op de achtergrond is hun New Yorkse appartement te zien, hoog en licht, een oase in the city that never sleeps.

Me Kissing Vinoodh (Lovingly), 1999.Bron beeld Inez & Vinoodh
Of we het interview in het Engels kunnen doen, luidt het verzoek. “Als we over ons werk praten of denken, doen we dat altijd in het Engels, we zouden de passende woorden in het Nederlands niet meer weten,” verduidelijkt Inez. “We zijn al langer in New York dan in Amsterdam. Natuurlijk gaan we regelmatig terug om vrienden en familie te zien. En de afgelopen tijd extra vaak vanwege de tentoonstelling.”
Kleindochter van Pablo Picasso
De tentoonstelling, dat is Can Love Be a Photograph in het Kunstmuseum Den Haag. Het retrospectief vat veertig jaar werk samen, onder een titel die volgens Inez geen vraag is maar een statement. “De geconcentreerde energie waarmee wij de mensen voor onze camera optillen, de vertrouwensrelatie tussen onderwerp en fotograaf – dat is pure liefde. En het gaat natuurlijk over onze liefde voor het medium fotografie en onze onderlinge liefde.”
Die laatste begon op de Fashion Academy Vogue, waar de geboren Amsterdammers in de jaren tachtig modedesign studeerden. Inez ging daarna naar de Rietveld Academie om zich te specialiseren in fotografie. Vinoodh begon de kledinglijn Lawina. Toen hij haar uitnodigde om de eerste collectie in 1986 vast te leggen vond er een definitieve klik plaats. In de samenwerking die volgde, trad Vinoodh in eerste instantie op als stylist en Inez als fotograaf, maar gaandeweg versmolten hun rollen.
‘Calvin Klein kwam naar ons toe en zei: ‘Make me cool again.’ Dat hebben we toen gedaan’
Later zijn ze portretten voor kranten en tijdschriften gaan doen, maakten ze albumhoezen en ontwierpen ze zelfs een sieradenlijn in samenwerking met de kleindochter van Pablo Picasso. Maar naast tentoonstellingen in galeries en musea richtten ze zich vooral op modefotografie. Ze schoten editorials en covers voor alle grote bladen en ook modehuizen wisten hen al snel te vinden voor campagnes. Soms met duidelijke briefings, maar veel vaker kregen ze carte blanche. Vinoodh: “Calvin Klein kwam naar ons toe en zei enkel: ‘Make me cool again.’ Dat hebben we toen gedaan.”
In de internationale modewereld is Amsterdam de periferie, zeker toen, en het succesduo besloot de vleugels uit te slaan. De Verenigde Staten, New York in het bijzonder, waren de place to be en in 1994 verhuisden ze definitief naar de andere kant van de oceaan. “De eerste keer dat we hier kwamen, hadden we nog een beeld van Amerika zoals we dat kenden van films en tv-series,” herinnert Inez zich. “Daar leek het totaal niet op. New York is rauw en vervallen, maar ook boeiend in zijn onvolmaaktheid. Alles is mogelijk en initiatief wordt altijd toegejuicht, heel anders dan het eeuwige ‘nee’ dat je in Europa hoort. Wij besloten al snel: Amerika is de perfecte plek om imperfect te zijn.”
Plastische chirurgie
Hun allereerste werk in de VS ging echter juist over de hang naar perfectie en de obsessie met jeugdigheid en gestroomlijnde lijven, die via televisieschermen 24 uur per dag de wereld in werden geblazen. Voor Thank You Thighmaster – vernoemd naar een reclame voor een dijen verstevigend fitnessapparaat – kruisten ze een naaktmodel met een jarenzeventig-etalagemannequin. Het gezicht is bevroren in standje gelukzaligheid, alle lichaamsopeningen zijn door middel van digitale manipulatie afgedicht en afgerond als bij een Barbiepop en de handen zijn rood van het bloed dat je bijna rondgepompt ziet worden. Inez: “Er zitten volop emoties in, maar ze kunnen er niet uit.”
“Ook het gender van de persoon is onduidelijk,” voegt Vinoodh toe. “We maakten deze serie in een tijd toen plastische chirurgie mainstream werd en het idee postvatte dat alles aan een lichaam en zelfs een persoon maakbaar is. Tijdens onze reizen naar Azië merkten we dat ze daar al veel verder waren. Daar werd al lang geen onderscheid meer gemaakt tussen echt en kunstmatig. In Japan is een robothond een prima huisdier.”

Matthew, 2013. Bron beeld Inez & Vinoodh
“Dingen hoeven niet echt te zijn om interessant of geliefd te zijn,” stelt Inez. “En dat geldt zeker voor de wereld van de mode. Alle fashionfotografie is geënsceneerd: set, decor, kleding, make-up. Dat is geen weergave van de werkelijkheid, zelfs als men gaat voor zoiets als een ‘natuurlijke look’, maar een eigen realiteit.”
Vanaf de eerste dag van hun samenwerking speelt de computer een grote rol bij het construeren van die werkelijkheid. Samen met onder anderen Danielle Kwaaitaal en de onlangs overleden Micha Klein behoren Inez & Vinoodh tot de pioniersgeneratie van kunstenaars die de transformerende werking van het digitale medium naar hun hand zetten.
Het ‘beslissende moment’ van Henri Cartier-Bresson kon daarmee bij het grofvuil. Als een van de invloedrijkste fotografen van de 20ste eeuw had de Franse fotograaf het vermogen geïdealiseerd om precies op het juiste moment af te drukken, zo scherp te zijn dat je het leven op een cruciaal moment bij de lurven grijpt en laat stollen op papier.
‘Zelfs thuis zijn we eindeloos bezig met het combineren van de juiste vaas en fruitschaal’
“Wij verstoren het tijdelement van fotografie door het beeld niet te laten afhangen van die ene klik,” stelt Inez. “Door het beeld te veranderen met heel veel kliks, niet van de camera maar de muis, proberen we onder het oppervlak van het beeld te komen, het innerlijk leven van de geportretteerde binnen te dringen en het te verbeelden door middel van veranderingen aan de oppervlakte. Toen wij met de computer begonnen te werken, werden beeldbewerkingsprogramma’s eigenlijk alleen gebruikt om een pakje sigaretten recht te leggen of het chroom van wieldoppen nog meer te laten glimmen. Wij combineerden modellen die we in de studio hadden gefotografeerd met bijvoorbeeld een Caribisch strand. Doordat voor- en achtergrond even scherp zijn – wat onmogelijk is in analoge fotografie – ging de kijker zich afvragen wat echt is en wat niet.”
Trackrecords
In het geval van Thank You Thighmaster is het alsof je naar een experiment in genetische manipulatie kijkt. Het is een vorm van naadloos surrealisme die eind 20ste eeuw revolutionair was, maar inmiddels is terug te vinden in iedere computergame. “Toen de gladde perfectie van het hyperrealisme gewoner werd, zijn we opzettelijke foutjes gaan maken,” vertelt Inez. “Ons werk werd losser en rafelig.”

Björk – Interview Magazine with M/M (Paris), 2009. Bron beeld Inez & Vinoodh
Hoe het er ook uitziet, één criterium blijft altijd overeind: schoonheid. “Dat is onze ultieme drijfveer,” erkent Vinoodh. “We zijn erdoor geobsedeerd. Zelfs hier in huis kunnen we eindeloos bezig zijn met het combineren van de juiste vaas en fruitschaal. Alles is voor ons een aanleiding voor een nieuw stilleven.”
In de studio is die esthetische focus totaal. Dat begint al bij het inleidende gesprek met de persoon die gefotografeerd wordt. “Ik hoor niet echt wat er wordt gezegd, ik kijk alleen maar en probeer te achterhalen wat die mens zo mooi maakt,” zegt Inez. “Als we eenmaal bezig zijn, duurt het een kwartier, nee vijf minuten, totdat we de foto te pakken hebben die we willen hebben. De rest van de shoot is voor het toeval en de lol.”
Als de lampen op de set aangaan, regisseert Inez de persoon in de juiste positie: ‘boetseren alsof het sculptuur is’, zoals ze zegt. Zowel zij als Vinoodh hanteert een camera. Terwijl zij op één plek blijft, beweegt hij over de set om verschillende hoeken te verkennen. Het model wordt afwisselend gevraagd naar hem of haar te kijken. “Wij stelen geen foto, maar maken samen met het model een beeld. Het is een evenwichtige relatie.”

Kate Moss – Harper’s Bazaar, 1999.Bron beeld Inez & Vinoodh
En die relaties zijn vaak ook langdurig. Kate Moss is over een tijdspanne van twintig jaar keer op keer teruggekeerd. Ook Tilda Swinton, Julianne Moore, Björk en Lady Gaga hebben een trackrecord in de studio. In de tentoonstelling zie je ze, volledig op hun gemak, ouder worden, en ja, op een bepaalde manier ook mooier.
Grumpy man
Soms is de samenwerking wat stekelig. Zoals de shoot met Bill Murray voor The New York Times. “Hij was vijf uur te laat en had er overduidelijk weinig zin in,” herinnert Inez zich. “Maar bij binnenkomst zag hij onze zoon in mijn armen, toen zes maanden oud, en hij besloot in te binden. Toen ik hem op een stoel zette en madeliefjes in zijn baard stak, vroeg hij: doet iedereen altijd wat jij vraagt? Ik antwoordde: ja. En daarna liet hij alles toe.”
Het leverde een iconische foto op, een grumpy man van middelbare leeftijd als bloemenkind, die sommige mensen zelfs op hun lijf hebben getatoeëerd. Vinoodh: “En de volgende keer dat hij door ons werd geportretteerd, kwam hij binnen met een vrolijk ‘wat gaan jullie vandaag op me plakken?’”

Bill Murray – New York Times Magazine, 2004. Bron beeld Inez & Vinoodh
Murray’s portret hangt in de museumzaal met de titel Post-Power, die gaat over mannelijkheid en hoe dat ook anders kan dan de macho way. De vrouwelijk pendant is te vinden in Post-Pinup. En de zaal met Kendrick Lamar en Billie Eilish heet New Gods. “John Lennon zei al dat The Beatles populairder waren dan Jezus,” verklaart Vinoodh de titel. “Tegenwoordig heeft popcultuur helemaal de plaats ingenomen van religie. De wereld stopt even als Taylor Swift een nieuw album uitbrengt. En concerten zijn de belangrijkste vorm van collectief samenzijn, alsof je naar een tempel gaat.”
Het uitzoeken van materiaal voor de tentoonstelling – een klus die zeker twee jaar in beslag nam – gaf Inez en Vinoodh de gelegenheid weer eens goed na te denken over de essentie van hun werk. Die is volgens Inez niet heel veel veranderd gedurende veertig jaar. “Er zit veel mode in, maar mode is niet de primaire focus. Als het beeld de celebrity’s en de kleding overstijgt, kom je uit bij de diepere betekenis. Onze fotografie is een interpretatie van en een commentaar op de wereld waarin we leven. Het gaat over wat we als mensheid nodig hebben in onze cultuur, that’s what makes us tick.”
Inez en Vinoodh hebben zich nooit volledig gevoegd naar de mal van de modewereld of zich bekeerd tot de autonome kunst. Hun werk beweegt zich tussen die twee polen. En wat het betekent, hangt sterk af van de omgeving waarin het getoond wordt. Context is alles, stelt Inez. “Als een portret van een beroemdheid in een tijdschrift belandt met de naam van die persoon eronder, dan is het een portret. Maar als het bijschrift een opsomming is van merkkleding dan wordt het modefotografie.”
Vinoodh haakt in: “En als er een diepgaande titel onder staat, kijk je naar een kunstwerk.”
Prijzenkast
Can Love Be a Photograph is de meest recente in een lange rij solo’s die Inez & Vinoodh hebben gehad. Dat cv begint in 1992 met Vital Statistics in Groningen en omvat tentoonstellingen in onder meer Palazzo Reale (Milaan), Fotografiska (Stockholm), de biënnale van São Paulo en Foam.
Het tweetal won diverse prijzen, waaronder de Clio Image Award 2014 en de Maria Austria Prize for Photography in 1999.
Gagosian Gallery, een van de allergrootste galeries ter wereld, toonde hun werk in de VS. In Amsterdam worden Inez & Vinoodh gerepresenteerd door The Ravestijn Gallery.
